Home
Wullie tegen zullie; economie versus politiek
Economie is een mooi ding. Die heeft de mens geholpen om van holenmens langzaam te veranderen in de bewoner van een uiterst complexe internationale samenleving met een al even ingewikkelde regelgeving en taakverdeling.
Taakverdeling is er wel altijd geweest, voor zover we hebben kunnen uitzoeken. Ook in de steentijd. De mannen gingen verzamelen en jagen, de vrouwen zorgden voor het nageslacht, de maaltijden (toen al) en ontwikkelden de eerste vormen van landbouw. In principe zorgde elk gezin voor zichzelf (liberaal), later kwamen er gezamenlijke taken zoals verdediging en overgedragen taken zoals hordeleiding bij (sociaal liberaal).
Naarmate de landbouw belangrijker werd voor de dagelijkse voeding, sloten horden zich aaneen tot dorpen en de taakverdeling werd complexer. Mensen gingen zich specialiseren.
Eén smid in een dorp is genoeg en met één bakker op 600 inwoners kom je ook een heel end.
Er ontwikkelde zich overal op de wereld een soort van economie; geld werd uitgevonden om onvergelijkbare goederen en diensten tegen elkaar te kunnen afmeten en afrekenen. Economieën gingen verbindingen aan per streek, graafschap, hertogdom, koninkrijk. Maar altijd ondergeschikt aan de samenlevingsvorm waarin zij functioneerden. Als een koning oorlog ging voeren verhoogde hij de belastingen. Gilden en later de industrie ontwikkelden zich altijd ten dienste van de bevolking en/of de regerende vorst.
Met de uitvinding van het internationale bancaire systeem in de tweede helft van de achttiende eeuw kwamen de eerste barstjes in de overzichtelijke economische verhoudingen, die gedreven werden door nationale belangen. Er ontstonden economische verbindingen die niet noodzakelijkerwijs parallel liepen met de nationale doelstellingen van de verschillende staten. Hoewel zich op staatkundig vlak de democratie kon vestigen in veel staten, onttrok het internationale zakenleven zich geheel aan elke controle van de nationale parlementen.
Dat is lang goed gegaan. Internationale zakenlui zijn in het algemeen geen uiterst linkse onrustzaaiers en zolang zij de liberale principes maar ten volle toepasten bleven a-sociale uitwassen beperkt tot plaatselijke gebeurtenissen, zoals de kanonneerbotenpolitiek van de VS jegens de bananenrepublieken in Midden- en Zuid-Amerika en de chemische ramp in Bhopal.
Opgejaagd door steeds hogere rentabiliteitseisen leest de moderne manager echter de liberale beginselen niet meer helemaal tot het eind. Daardoor weet hij/zij niet meer dat liberale grondlegger Adam Smith als voorwaarde voor het slagen van een liberale samenleving uitdrukkelijk stelde dat eenieder zich diende te houden aan gevestigde christelijke waarden als naastenliefde en sociale rechtvaardigheid. Nou ja, wie doet dat nu nog?
En nu is de kat uit de zak. Nationale parlementen hebben nog maar heel weinig invloed op werkelijk belangrijke zaken. Zelfs wanneer een half continent zich aanéénsluit tot een monetaire unie blijft de internationale invloed van zo’n groep staten beperkt. En nu is de idiotie zover doorgedreven dat een paar kleine particuliere instellingen uit de VS, zoals Moody’s, en Standard&Poor’s, met elk een tamelijk suspecte achtergrond, wel even zullen uitmaken hoe de verenigde staten van Europa eruit moeten zien. Ik word daar werkelijk boos over. Iedereen mag natuurlijk zeggen wat hij wil, maar dat Europese regeringsleiders zich in hun politiek laten leiden door de uitspraken van een paar over het paard getilde Wallstreet moneymakers, dat stemt toch verdrietig.
Goed, dat was de kwaal. Maar nu het medicijn. Daarvoor kijken wij naar regel drie van de D66-canon: denk internationaal. Europa moet zo snel mogelijk voortgang maken met supra-nationale instellingen. Te veel zeuren over nationale identiteiten levert alleen maar meer ontwikkelingsachterstand op ten opzichte van India, China en de zuidamerikaanse staten.
Gelukkig heeft de Europese bank begrepen hoe het ervoor staat. Controle op de financiën van lidstaten moet door Europese instellingen gebeuren en niet door de vergadering van regeringsleiders. Het zou mooi zijn wanneer de democratische controle door het Europese parlement zich ook op dit terrein zou kunnen vestigen.
Bovendien lees ik over automatische sancties. Ik denk dat we het ergste hebben gehad. We waren bijna rock-bottom maar we lijken weer te gaan drijven.
Coen Dekker
Lokaal



word lid






